De rol van onderwijs in toekomstverantwoordelijkheid: wat leerlingen echt nodig hebben
Binnen het onderwijs groeit de aandacht voor thema’s als burgerschap, duurzaamheid en mentaal welzijn. Scholen zoeken naar manieren om leerlingen voor te bereiden op een wereld die snel verandert en vol uitdagingen zit. Tegelijkertijd roept dat ook vragen op. Want hoe maak je zulke grote thema’s betekenisvol voor leerlingen? En hoe voorkom je dat het blijft bij kennis, zonder dat het echt raakt of beklijft?
Die zoektocht krijgt extra betekenis in het licht van de nieuwe kerndoelen burgerschap. Daarin ontstaat ruimte om thema’s als duurzaamheid en toekomstvaardigheden niet als losse onderdelen te benaderen, maar als onderdeel van hoe leerlingen leren zich tot de wereld te verhouden.
In gesprekken met leraren en onderwijsprofessionals komt steeds vaker dezelfde spanning naar voren. Leerlingen krijgen veel mee over wat er speelt in de wereld, maar voelen zich niet altijd in staat om daar iets mee te doen. Dat kan leiden tot afstand, of juist tot gevoelens van onmacht.
In dit artikel gaan we in gesprek met Mark Boode. Als docent, schrijver, spreker en medeoprichter van Teachers for Climate en Schrijvers voor Toekomst houdt hij zich bezig met de vraag hoe onderwijs kan bijdragen aan betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Niet door meer inhoud toe te voegen, maar door anders te kijken naar waar onderwijs begint.
De vraag achter de les
In zijn werk start Mark zelden bij het onderwerp zelf. Hij begint bij de leerling. Bij wat er leeft, wat er speelt en wat er gevoeld wordt. Die benadering vormt ook het vertrekpunt van zijn nieuwe boek En ze leefden nog. Daarin stelt hij een eenvoudige, maar fundamentele vraag: is de toekomst die wij verwachten ook de toekomst die wij wensen?
Het antwoord is volgens hem duidelijk. “Eigenlijk zegt iedereen: nee. Maar ondertussen richten we ons onderwijs wél in op die verwachte toekomst.” Daarmee raakt hij aan een spanning die ook in de klas zichtbaar wordt. Wanneer hij leerlingen vraagt naar hun toekomstbeeld, ontstaat er een tegenstrijdig verhaal. Ze verwachten een wereld die snel, technologisch en onpersoonlijk of afstandelijk is, waarin thema’s als oorlog en klimaatverandering een rol spelen. In het gewenste toekomstbeeld klinkt er een ander verlangen door: naar rust, naar natuur, naar persoonlijk contact.
“Wat is er aan de hand en wat kunnen wij doen?”
In dat gesprek komt vaak een diepere vraag naar boven, soms aarzelend, soms verrassend direct. Een tweede klas in Leiden verwoordde hun leerbehoefte over klimaatverandering en duurzame ontwikkeling als volgt: “Wat is er aan de hand en wat kunnen wij eraan doen?” Volgens Mark laat zo’n vraag juist zien dat leerlingen wél willen. Dat ze betrokken zijn en bereid zijn om bij te dragen. “Leerlingen willen echt wel bijdragen,” zegt hij. “Ze willen onderdeel zijn van een oplossing. Maar ze moeten ook hun emoties kwijt kunnen en ontdekken op welke manier zij met hún talent en hún interesse een betekenisvolle rol kunnen spelen. Je kunt in je eentje immers niet de hele wereld redden.”
Wanneer leerlingen afhaken bij onderwerpen als klimaat of duurzaamheid, wordt dat vaak gezien als desinteresse. In de praktijk ziet Mark iets anders. Wat op het eerste gezicht lijkt op onverschilligheid, blijkt vaak een reactie op overbelasting.
“Ze zijn absoluut niet ongeïnteresseerd,” zegt hij. “Ze zijn vooral overweldigd. Leerlingen krijgen grote vraagstukken aangereikt terwijl ze tegelijkertijd ervaren dat ze daar weinig invloed op hebben. Klimaatverandering, ongelijkheid, geopolitieke spanningen, het zijn onderwerpen die ver buiten hun directe handelingsruimte liggen. Het verschil tussen wat er van hen verwacht lijkt te worden en wat ze daadwerkelijk kunnen doen, kan verlammend werken.” En dat gevoel hebben docenten vaak ook.
“We leggen gigantische opdrachten bij leerlingen neer,” zegt Mark. “Maar we helpen ze niet altijd om te ervaren wat ze wél kunnen doen. Juist die kloof zorgt ervoor dat leerlingen afhaken of zich afsluiten, terwijl er onder hun reacties vaak juist veel zorgen schuilgaan.
De rol van de docent
Dit inzicht vraagt iets van docenten, stelt Mark. "De docent wordt minder een zender van informatie en meer begeleider van een ontwikkelproces. Het belang van de docent als betrouwbare gids groeit. In een wereld waar leerlingen continu worden blootgesteld aan complexe problemen en tegenstrijdige informatie, hebben zij behoefte aan empathie, duiding en houvast."
"Ze hebben behoefte aan iemand die hun zorgen ziet en begrijpt," zegt hij. "Die kan uitleggen wat er speelt, waar welke informatie vandaan komt. Die oplossingen verkent maar ook open is over onzekerheden." Die openheid draagt bij aan het opbouwen van vertrouwen, en dat vertrouwen vormt de basis voor leren.
Van duurzaamheid naar toekomstverantwoordelijkheid
Opvallend is dat Mark het woord ‘duurzaamheid’ niet altijd centraal stelt in zijn werk met leerlingen. “Het woord ‘duurzaamheid’ is afstandelijk en abstract. Met leerlingen praat ik daarom over ‘werken aan de gewenste toekomst’, met docenten en schoolleiders over ‘toekomstverantwoordelijkheid’: voor welke toekomst wil je medeverantwoordelijk zijn? Daarmee verschuift de focus van een complex maatschappelijk vraagstuk naar een positief persoonlijk perspectief. Duurzaamheid kan ver weg voelen, maar toekomstverantwoordelijkheid gaat over jou.”
In die benadering wordt onderwijs een oefenplaats: een plek waar leerlingen onderzoeken hoe zij zich tot de wereld verhouden en wat hun rol daarin kan zijn. Juist daar liggen ook kansen binnen de nieuwe kerndoelen. Duurzaamheid en burgerschap zijn geen apart vak, maar komen op verschillende plekken terug in het curriculum, van taal en rekenen tot mens & natuur en digitale geletterdheid. Analyse van de kerndoelen laat zien dat scholen hier binnen bestaande vakken al concreet mee aan de slag kunnen.
Door aan te sluiten bij de vragen en ervaringen van leerlingen ontstaat ruimte voor betrokkenheid én perspectief. Leerlingen zien niet alleen wat er speelt, maar ook dat verandering mogelijk is, en dat zij daar zelf onderdeel van kunnen zijn.
Van visie naar praktijk
Tegelijkertijd ervaren veel scholen dat de stap van visie naar praktijk niet vanzelf gaat. Binnen het Collectief Natuurinclusief wordt daarom gewerkt aan manieren om die vertaalslag te ondersteunen. De recent ontwikkelde visuals helpen scholen om inzichtelijk te maken waar duurzaamheid en burgerschap al terugkomen in het curriculum en waar kansen liggen voor versterking.
Op basis van deze visuals heeft SME een training ontwikkeld voor schoolteams. In deze training onderzoeken scholen waar deze thema’s al een plek hebben in hun onderwijs en hoe zij die bestaande ruimte beter kunnen benutten. Wat daarin steeds terugkomt, is dat het niet begint bij een nieuwe methode, maar bij anders kijken naar wat er al is. Het curriculum, de didactiek, de schoolcultuur en de omgang met de schoolomgeving kunnen elkaar daarbij ondersteunen, en dat sluit nauw aan bij de benadering die Mark beschrijft.
Een nieuw verhaal
In zijn boek En ze leefden nog werkt Mark deze gedachte verder uit. Hij laat zien hoe verhalen helpen om betekenis te geven aan grote veranderingen en hoe ze richting kunnen geven aan de toekomst. “Het huidige verhaal van oneindige groei, maakbaarheid en de mens boven de natuur helpt onze wereld niet langer vooruit, terwijl een nieuw, gedeeld verhaal nog in ontwikkeling is.”
Initiatieven waarin leerlingen actief meedenken en meedoen, laten zien hoe krachtig dat kan zijn. Wanneer zij ruimte krijgen om zelf invulling te geven aan burgerschapsvraagstukken, ontstaat er eigenaarschap, motivatie en een gevoel van betekenis. Onderwijs wordt dan niet alleen voorbereiding op de toekomst, maar een plek waar die toekomst al geoefend wordt.
Vooruitblik
In 2026 organiseert het domein onderwijs twee online sessies waarin we dieper ingaan op de kansen voor natuur en duurzaamheid binnen (wereld)burgerschap. We verkennen welke mogelijkheden de definitieve kerndoelen bieden en hoe scholen hier praktisch invulling aan kunnen geven. Daarnaast faciliteert Nuffic twee sessies voor aanbieders van wereldburgerschapsonderwijs, gericht op netwerkversterking en kennisuitwisseling.
Lijkt het je leuk om mee te denken of deel te nemen aan de sessies? Neem contact op met Nienke Martinus via n.martinus@agendanatuurinclusief.nl.