Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2026 benadrukt belang natuurinclusieve samenleving
Een gezonde Nederlandse biodiversiteit is belangrijk voor gezonde natuurgebieden. Bovendien heeft het invloed op de manier waarop we wonen, werken, bouwen, en voedsel produceren. Het op 20 mei gepresenteerde Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2026 laat zien hoe biodiversiteitsherstel mogelijk is: door met verschillende sectoren en domeinen samen te werken.
De Nederlandse biodiversiteit staat nog altijd onder druk. Dat stelt het Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2026 van het Naturalis Biodiversity Center. Uit het rapport blijkt dat natuurdoelen op het gebied van bijvoorbeeld biodiversiteitsherstel, waterkwaliteit, bestuivers en ecosystemen steeds verder uit zicht raken, terwijl de druk op ecosystemen op zowel land als zee toeneemt.
Door een opstapeling van factoren als stijgende stikstofuitstoot, versnipperde natuurgebieden en klimaatverandering, voldoet slechts 22% van de dier- en plantsoorten uit de Habitatrichtlijn op dit moment aan de ‘instandhoudings-norm’.
Die ontwikkeling werd benadrukt in een recent artikel van de Volkskrant over de landelijke insectentelling. In het artikel waarschuwt onderzoeker Theo Zeegers voor sterke afname van bestuivers, terwijl die cruciaal zijn voor de biodiversiteit en onze voedselproductie.
Herstel bevorderen door samenwerking
Gelukkig is er ook goed nieuws: herstel is mogelijk als we structureel samenwerken aan systeemverandering. Zowel de onderzoekers in het Volkskrant-artikel als het rapport benoemen expliciet het belang van en gerichte maatregelen en samenwerking tussen bedrijven, overheden en maatschappelijke partijen, om bij te dragen aan biodiversiteitsherstel. Daar ligt ook de kracht van Collectief Natuurinclusief.
“Binnen het Collectief Natuurinclusief werken bedrijven, overheden en maatschappelijke partijen samen aan instrumenten zoals ‘Netto Natuurwinst’, waarmee wordt gewaarborgd dat ontwikkelprojecten onder de streep resulteren in een betere biodiversiteit.” - Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2026
Ook lokale voorbeelden van ecologisch beheer en vergroening van buurten laat zien dat herstel mogelijk is. Sterker nog, onderzoekers stellen dat locaties waar ecologisch wordt beheerd, en dat kunnen ook vergroende bedrijventerreinen zijn, direct zorgen voor meer bestuivers. Concreet kun je hierbij denken aan bloemrijke bermen, groen maaibeleid en het verbinden van groenstroken en leefgebieden. De elf richtlijnen voor insectvriendelijke steden, opgesteld door Collectief Natuurinclusief en Natuur & Milieu, geven gemeentes hier praktische handvatten voor.
Natuurinclusieve en domeinoverstijgende aanpak
Gezamenlijke investeringen, onderzoeken en gerichte maatregelen hebben volgens het rapport het meeste effect. Wat dat concreet oplevert? Slechts enkele voorbeelden: de waterkwaliteit in de Noordzee verbetert, het aantal broedvogels, bestuivers en nachtvlinders neemt toe en er komt meer natuur, zoals zeegras, bij.
De biodiversiteitsopgaven vragen om natuurinclusief beleid. Voor het herstel van biodiversiteit moeten we natuur meenemen in de manier waarop we wonen, werken, bouwen, produceren en consumeren. Het vraagt om een domeinoverstijgende aanpak, waarin natuur een vanzelfsprekend onderdeel wordt van beleid. Lees meer over de natuurinclusieve aanpak in de Agenda 2.0.